Zandvoort maakt zich op voor laatste Formule 1 Grand Prix

Zandvoort en de Formule 1: een afscheid
Zandvoort bereidt zich voor op de laatste editie van de F1 Dutch Grand Prix. Dit weekend markeert de zesde Nederlandse editie van de race, die volgens de organisatoren steeds moeilijker rendabel te maken is. De investering van 75 miljoen euro vooraf is lastig terug te verdienen in één weekend, mede door afnemende belangstelling van Nederlandse bezoekers en sponsors. De toekomst van de race hangt ook af van de prestaties van coureur Max Verstappen, die voor drie jaar heeft bijgetekend bij Red Bull.
Circuitdirecteur Robert van Overdijk stelt dat de Dutch Grand Prix op een hoogtepunt stopt. Het dorp met 17.000 inwoners verwacht voor de laatste keer 330.000 F1-fans. Horecaondernemers zetten buitenbars op, poppodia worden neergezet en winkeliers versieren hun gevels met zwart-witgeblokte vlaggetjes. De Nederlandse Grand Prix wordt omschreven als meer dan alleen een autorace; het is een driedaags openluchtfestival, sportevenement, kermis en carnaval ineen.

Economische impact en lokale perspectieven
Voor winkeliers is het F1-weekend niet altijd het meest winstgevend. Peter Tromp van de ondernemersvereniging Zandvoort, die vijftig jaar eigenaar was van Kaashuis Tromp, merkt op dat veel bezoekers niet komen om kaas te kopen. Toch benadrukt hij dat de Grand Prix Zandvoort op de wereldkaart heeft gezet. Hij herinnert zich bijvoorbeeld drie Amerikanen die speciaal naar Zandvoort kwamen na de race op televisie te hebben gezien, en daar 300 euro aan kleding en 200 euro aan kaas kochten.
Hoewel er tegengestelde belangen zijn tussen bijvoorbeeld strandtenten en winkeliers, stelt Tromp dat het gaat om het aanzien van het dorp als geheel. Hij gelooft dat als het goed gaat met het circuit, het ook goed gaat met het dorp. Het circuit zal ook na de Grand Prix blijven bestaan en mag 330 dagen per jaar gebruikt worden voor races. Verwacht wordt dat in 2027 de Formule-E naar Zandvoort komt, en mogelijk ook Nascar-races. Dit laatste stuit echter op bezwaren van Karel van Broekhoven, voorzitter van Rust bij de Kust, vanwege het geluid van V8-motoren.
Bewoner Wim Krijnen ziet de reuring in zijn straat als iets moois. Hij merkt op dat huiseigenaren die minder gecharmeerd zijn van de drukte hun huis voor wel duizend euro per nacht kunnen verhuren tijdens het evenement. Burgemeester David Moolenburgh benadrukt de economische voordelen, zoals de verdubbeling van het spoor en de upgrade van het elektriciteitsnet. Ook wordt er gebouwd aan een vijfsterrenhotel met 160 kamers op het Badhuisplein. Hij vindt de trots van de Zandvoorters op het evenement van onschatbare waarde. De burgemeester is niet rouwig om het einde van de F1, aangezien Zandvoort jaarlijks 120 evenementen organiseert, waaronder de Spartan Race en de KLM Open.

Politieke overwegingen en logistieke uitdagingen
Karim el Gebaly, fractievoorzitter van Pro in de Zandvoortse gemeenteraad, blikt terug op de F1-jaren. Hij herinnert zich de ‘storm’ van media, voor- en tegenstanders, en eigen partijleden waar hij in terechtkwam. In maart 2019, nog geen jaar na zijn beëdiging als raadslid van GroenLinks, moest hij besluiten over een investering van 4,1 miljoen euro in de infrastructuur rondom het circuit. Ondanks kritiek van zijn partij, die landelijk tegen de Grand Prix was, stemde hij onder duurzame voorwaarden vóór de investering. Hij gelooft dat hij anders niets had kunnen bereiken voor het dorp.
El Gebaly, die opgroeide in Zandvoort, ziet het circuit als een bindende factor. Hij merkt op dat de Grand Prix het dorp heeft verbeterd door betere verbindingen en mobiliteit. Hij is positiever geworden over de duurzaamheidsinspanningen, zoals de bescherming van de duinen en de verbeterde samenwerking tussen het circuit en drinkwaterbedrijf PWN. Vooral de mobiliteit heeft hem verrast, met bijna alle bezoekers die per trein naar Zandvoort komen. De NS schaalt op naar twaalf treinen per uur tussen Haarlem en Zandvoort en zet de ‘Max Express‘ in, die elke vijf minuten tussen Amsterdam Centraal en Zandvoort rijdt. Hiervoor worden twee machinisten per trein ingezet, wat als uniek wordt beschouwd. De NS zet driehonderd extra collega’s in en heeft extra perrons ingericht in Zandvoort. De sprintrace op zaterdag om 12.00 uur zorgt voor een extra logistieke uitdaging, waarbij de NS reizigers stimuleert om vroeg te vertrekken met een korting van 50 procent op hun treinkaartje voor aankomst vóór 9.00 uur.
Read Also
Source: nrc.nl